Tech Lane, Zwijnaarde
Het Parkgebouw vormt een helder, optimistisch baken die een aantrekkingskracht uitoefent op zijn omgeving. Het gebouw is open en uitnodigend en werkt in die zin drempelverlagend voor zijn gebruikers en bezoekers. De landschappelijke kwaliteiten van de omgeving worden doorgetrokken in dit gebouw zo is het Parkgebouw echt een ontmoetingsplek midden in het park. Daarnaast vormt het Parkgebouw een expressie van de duurzame doelstellingen een rigide, intelligente casco op een doordacht maatsysteem gedrapeerd door een circulair gevelsysteem volgens de principes van Climate Design.
De keuze van de opdrachtgever om het Parkgebouw te realiseren op deze plaats, tussen campuspark en oeverstrook, maakt zijn focus duidelijk. Het gebouw moet een intensieve relatie aangaan met de omliggende groenruimtes zowel op vlak van toegankelijkheid, zicht als door letterlijke integratie van groen in het gebouw. Het gebouw wordt centraal op de bouwplot gerealiseerd zodat er alzijdig stroken voor groen binnen het perceel ontstaan. De vraag naar veranderingsgerichte gebouwen wordt reeds vermeld in het RUP en zal één van de centrale concepten van het parkgebouw worden. Op basis van de theorie van de shearing layers wordt het gebouw uitgewerkt als een intelligente casco die open staat voor veranderingen op korte en lange termijn. Bijzondere aandacht gaat naar de (letterlijke) circulariteit wat betekent dat de bouwelementen en – materialen die gebruikt zijn maximaal kunnen worden hergebruikt of op energiearme manier gerecycleerd.
De omgevingsaanleg wordt zo bedacht dat het Parkgebouw daadwerkelijk deel uitmaakt van het park. Dit betekent in eerste instantie verhardingen beperken zodat het landschap overgaat in het gebouw. De bepalingen in het beeldkwaliteitsplan over de te realiseren pleinruimte relativeren we in die zin enigszins. Rondom het gebouw zijn kwalitatieve verblijfsruimtes bedacht maar deze zijn nooit overwegend t.o.v. van de groenruimte i.t.t. een pleinruimte.
Aan de zuidzijde van het gebouw wordt het hoogteverschil tussen park en oeverstrook overwonnen door een golvend groen talud voorzien van grote stapstenen en trapelementen. Deze functioneren als speelse zitelementen in een landschappelijke omgeving. Aan de zuidoostzijde van het restaurant is een uitpandige terraszone voorzien met zicht op oeverstrook en campuspark. Deze ruimte is strak afgelijnd ifv de integratie in het parkgebouw maar bestaat uit een waterdoorlatende verharding. Boven de publieke plint zijn 2 daktuinen aanwezig, toegankelijk voor de bedrijven en CESPE met uitzichten over de oeverstrook en het campuspark. Deze zijn voorzien van intensieve.
Het gebouwconcept van de plint is open en communicatief en stelt een innige relatie tussen binnen en buiten voorop. Ook moet het gebouw en zijn ruimtelijkheid uitnodigen tot ‘samenleven’ en ‘samenwerken’, in een open geest en open verstandhouding. Deze interacties worden aangemoedigd door een helder en leesbaar planconcept.

